Het IVRK

 Het IVRK: algemeen

art. 1-41: bevatten artikelen die de rechten van het kind vastleggen en de verplichtingen aan de staten opleggen. Deze rechten zijn alle even belangrijk en vullen elkaar aan,

 art. 42-45: bepalen de toezichtregeling met betrekking tot de naleving van het IVRK,

 art. 46-54: bevatten de formele bepalingen voor de inwerkingtreding van het IVRK.  

Indeling verdrag

 Volgens de klassieke indeling van mensenrechten kan men de rechten in vijf groepen opdelen:

burgerlijke rechten: het gaat hier om het recht op een naam en een nationaliteit (art. 7), het behoud van identiteit (art. 8), het recht op leven (art. 6), het non-discriminatiebeginsel (art. 2). Het betreft hier ook de zogenaamde integriteitrechten, onder andere het verbod op foltering (art. 37), het recht op bescherming tegen fysiek geweld (art. 19 en 34), tegen willekeurige arrestatie (art. 37 en 40) en het recht op privacy.

politieke rechten: het gaat hier om vrijheid van mening en meningsuiting (art. 12 en 13), vrijheid van vereniging en vergadering (art. 15), vrijheid van gedachte en godsdienst (art. 14) en vrijheid van toegang tot informatie (art. 17).

economische rechten: artikel 32 en 36 hebben het over het recht op vrijwaring van uitbuiting en in artikel 4 wordt het probleem algemeen behandeld.

sociale rechten: artikel 4 verwijst hiernaar, het gaat ondermeer om het recht op onderwijs (art. 28 en 29), recht op sociale zekerheid (art. 26) en recht op gezondheidszorg (art. 24).

culturele rechten: artikel 4 handelt hierover en in artikel 31 wordt melding gemaakt van recht op rust en ontspanning, spel en actieve en passieve deelname aan het cultureel leven.

 De indeling die meestal gevolgd wordt, is de drie P-indeling: Participation, Protection en Provision. Deze drie termen omvatten immers de kernidee van het IVRK; jongeren moeten beschermd worden en genieten een aantal voorrechten, hun eigen stem en kracht spelen hierin echter een bepalende rol.

Draagwijdte verdrag Het kinderrechtenverdrag is eigenlijk het meest gedetailleerde en geratificeerde mensenrechteverdrag ter wereld. Opmerkelijk, niet? We kunnen ons afvragen hoe dit komt ; is men het overal ter wereld eens over de juridische bepalingen betreffende kinderrechten of zitten er toch enkele addertjes onder het gras ? We gaan op zoek naar antwoorden en zetten zowel de zwakke als de sterke kanten van het verdrag even op een rijtje. Alleen als we beide kanten in overweging, nemen kunnen we ons een beeld vormen van de draagwijdte en de impact van dit document.
Artikel 51 van het IVRK bepaalt dat de staten op het ogenblik van de bekrachtigingoorkonde voorbehoud kunnen maken bij bepalingen, op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn met de basisprincipes van het verdrag, onder andere België en Nederland maakten hiervan gebruik. Dit is een zeer slechte zaak want zo wordt het universele karakter van deze normen ondermijnd, temeer daar de normen vermeld in het IVRK reeds minimumnormen zijn. Er treden ook enkele problemen op in bij de werkelijke toepassing en naleving van dit Verdrag. Er werd niet voorzien in sancties. Het Comité in Genève (controleorgaan) kan zeer moeilijk nagaan in hoeverre de betrokken staten hun wetgeving werkelijk hebben aangepast, lacunes in het systeem worden vaak verdoezeld in de nationale rapporten.

Anderzijds zijn net deze zwaktes de sterkte van het verdrag, artikel 51 kan hier vermeld worden. Eén van de redenen die men kan aanhalen voor de massale ondertekening van het verdrag is bijvoorbeeld de verwijzing in de preambule naar het belang van tradities en culturele waarden van elk volk, wat interpretatie mogelijk maakt.
Een verdrag of een conventie behoort tot de zogenaamde 'hard law', dat betekent dat ze een juridisch bindend karakter hebben. De ondertekening van een verdrag is een vorm van morele verbintenis, terwijl de bekrachtiging verplichtingen oplegt. Verklaringen (soft law) hebben slechts een declaratieve, symbolische of morele waarde en leggen geen echte verplichtingen op. De landen die het verdrag bekrachtigd hebben, zijn dus verplicht om het verdrag ook toe te passen in hun land. De draagwijdte van een Verdrag is echter ook beperkt, want de bescherming van de rechten van het kind wordt niet alleen bepaald door de rechten die gegarandeerd worden in nationale wetboeken of internationale verdragen. Men dient steeds de sociale en culturele mogelijkheden in acht te nemen, want deze zijn evenzeer bepalend. 

Het IVRK in België

Wat betekent dat nu eigenlijk concreet; een verdrag ondertekenen en ratificeren? Wanneer een land een verdrag bekrachtigt, betekent dit dat het hierdoor gebonden is en stappen moet ondernemen om de bepalingen toe te passen. Om de naleving van het kinderrechtenverdrag te verzekeren moeten de landen een rapport over de stand van zake indienen, dit gebeurt om de vijf jaar bij het Internationaal Comité voor de Rechten van het Kind in Genève. In België stelt de federale overheid het vijfjaarlijkse rapport op, de Vlaamse overheid maakt jaarlijks een rapport. Die jaarlijkse rapporten worden mee verwerkt in het vijfjaarlijkse rapport. De niet-gouvernementele organisaties stellen een alternatief rapport op met een kritische blik op de situatie in België, de Kinderrechtencoalitie coördineert dit rapport voor Vlaanderen. Het Comité gebruikt dit rapport als extra informatie voor de besprekingen. Daarnaast worden er ook rapporten door het Kinderrechtencommissariaat geschreven en door jongeren zelf. Elk land bepaalt wel zelf hoe de toepassing van het verdrag gerealiseerd wordt, de mechanismen die daaromtrent werkzaam zijn, zullen dan ook van land tot land verschillen.  

 

 

 

 

Agenda
volledige agenda
Kamphuis
Drawing

 

 

Het vroegere kamphuis is omgebouwd tot woongelegenheid voor vluchtelingen en zal vanaf januari 2012 als zodanig onderdak bieden aan 3 gezinnen en aan een 6 tal jongeren.

Projectdag

 

 

Voorlopig zijn er geen nieuwe projectdagen gepland.

Met steun van de Vlaamse Overheid